hund

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Deens

Zelfstandig naamwoord

hund g

  1. hond
    Jeg er ikke bange for hundeIk ben niet bang voor honden.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hund     hunden     hunde     hundene  
genitief   hunds     hundens     hundes     hundenes  



IJslands

Zelfstandig naamwoord

hund

  1. onbepaalde vorm accusatief enkelvoud van hundur.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hund
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord hundr.

Zelfstandig naamwoord

hund m

  1. hond
    «Er hunden din vaksinert?»
    'Is je hond ingeënt?'
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hund     hunden     hunder     hundene  
genitief   hunds     hundens     hunders     hundenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • hund
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord hundr.

Zelfstandig naamwoord

hund m

  1. hond
    «Kor lenge kan ein hund vere åleine?»
    Hoe lang kan een hond alleen zijn?
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hund     hunden     hundar     hundane  
genitief   hunds     hundens     hundars     hundanes  



Zweeds

Zelfstandig naamwoord

hund g

  1. hond
    Går du ut med hunden?Ga jij uit met de hond?
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hund     hunden     hundar     hundarna  
genitief   hunds     hundens     hundars     hundarnas  
Persoonlijke instellingen