zwoegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwoe·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwoegen
zwoegde
gezwoegd
zwak -d volledig

Werkwoord

zwoegen

  1. (inergatief) zwaar en moeilijk werk verrichten, ploeteren
    De werkers zwoegen in de mijnen.
    Het wordt weer zwoegen voor de Cito-toets.
    Soms is het lekker om even te zwoegen en zweten.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen