drinkbeker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- drink·be·ker
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | drinkbeker | drinkbekers |
| verkleinwoord | drinkbekertje | drinkbekertjes |
Zelfstandig naamwoord
- een beker waaruit gedronken kan worden
- Hij wint hooguit een drinkbeker, de wereldbeker kan hij wel vergeten.