fluitje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • fluit·je

Zelfstandig naamwoord

fluitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fluit
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen