draaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
draaien draaiend
draai gedraaid
gedraai draaibaar
draaiing


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
draaien
draaide
gedraaid
zwak -d volledig

Werkwoord

draaien

  1. (ergatief) om een middelpunt bewegen
    De auto moest eerst draaien om de garage in te kunnen rijden.
    Martijn liet de tol hard draaien.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Zelfstandig naamwoord

draaien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord draai