aandraaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·draai·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aandraaien
draaide aan
aangedraaid
zwak -d volledig

Werkwoord

aandraaien

  1. (overgankelijk) vaster draaien
    Ik heb het boutje iets te strak aangedraaid.
  2. (overgankelijk) iets met een draaiknop in werking stellen
    Hij draaide de radio aan, stak een sigaret op en begon eten klaar te maken.[1]
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de duimschroeven aandraaien
Vertalingen
Verwijzingen
  1. blz 113, Anekdotes uit een zijstraat
    door J. Bernlef
    Uitgegeven door Querido, 1978 ISBN 90-214-5172-7
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen