verdraaien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·draai·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verdraaien |
verdraaide |
verdraaid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verdraaien
- (overgankelijk) door draaien in een andere stand brengen
- Hij had de knop een stukje verdraaid om de temperatuur wat te verhogen.
- (overgankelijk) door draaien beschadigen
- Hij had zijn enkel wat verdraaid en liep een beetje te hinken.
- (overgankelijk) de stem ~ opzettelijk trachten de stem onherkenbaar te laten klinken
- Hij had zijn stem voor de grap verdraaid maar zijn moeder herkende hem meteen.