verdraaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·draai·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdraaien
verdraaide
verdraaid
zwak -d volledig

Werkwoord

verdraaien

  1. (overgankelijk) door draaien in een andere stand brengen
    Hij had de knop een stukje verdraaid om de temperatuur wat te verhogen.
  2. (overgankelijk) door draaien beschadigen
    Hij had zijn enkel wat verdraaid en liep een beetje te hinken.
  3. (overgankelijk) de stem ~ opzettelijk trachten de stem onherkenbaar te laten klinken
    Hij had zijn stem voor de grap verdraaid maar zijn moeder herkende hem meteen.