spin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spin | spinnen |
| verkleinwoord | spinnetje | spinnetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) Arachinida
, spinachtig dier met acht poten dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevangen - (gereedschap) snelbinder met vier of meer van een haak voorziene armen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spin | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
spin m
- (natuurkunde) snelle, draaiende beweging om een as
- (dans) bepaalde draaiende figuur bij het dansen
Synoniemen
- spinnenkop (oude spelling: spinnekop), spinnenkobbe (oude spelling: spinnekobbe), kobbe
Hyponiemen
- backspin, huisspin, kogelspin, krabspin, kruisspin, springspin, suikerspin, vogelspin, waterspin, wespspin, wolfspin, zeespin
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. dier
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| spinnen |
spin
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
- Ik spin.
- gebiedende wijs van spinnen
- Spin!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
- Spin je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.