controle
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·tro·le
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | controle | controles |
| verkleinwoord | controletje | controletjes |
Zelfstandig naamwoord
- toezicht, inspectie, onderzoek, nazien
- beheersing, overheersing
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Spaans
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| controlar |
controle