opzicht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zicht
enkelvoud meervoud
naamwoord opzicht opzichten
verkleinwoord opzichtje opzichtjes

Zelfstandig naamwoord

opzicht o

  1. de manier waarop je er naar kijkt
    Vanuit welk opzicht heb je dit rapport beoordeeld?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen