check

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • check
enkelvoud meervoud
naamwoord check checks
verkleinwoord checkje checkjes

Zelfstandig naamwoord

check m

  1. een controlerende actie
    Doe voor de zekerheid nog een check met recente antivirussoftware.

Werkwoord

vervoeging van
checken

check

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van checken
    Ik check.
  2. gebiedende wijs van checken
    Check!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van checken
    Check je?