coger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Spaans
Uitspraak
- IPA: /koˈxeɾ/
Woordafbreking
- co·ger
Werkwoord
coger
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| coger |
cogía |
cogido |
| volledig | ||
- (onovergankelijk) (plantkunde) wortelen, wortel schieten
- passen, erin kunnen
- (overgankelijk) grijpen, nemen, pakken
- plukken, afplukken
- verrassen, vangen, betrappen