broodje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brood·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord broodje broodjes

Zelfstandig naamwoord

broodje o dim. tant.

  1. klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
    In de supermarkt kocht ik een belegd broodje.
Synoniemen
  • kadetje
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen