broedsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- broed·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van broeden met het achtervoegsel -sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | broedsel | broedsels |
| verkleinwoord | broedseltje | broedseltjes |
Zelfstandig naamwoord
broedsel o
- een aantal gezamenlijk bebroedde eieren en de jongen die daaruit voortkomen
- Dit is het al het tweede broedsel dit jaar.