boven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: boven
Oudnederlands: bovan
  • Verwant in Germaans:
West: (Angelsaksisch: bufan), Duits: oben, (Oudhoogduits: obana), Fries: boppe (Oudfries: bova)
Noord: Zweeds: ovan, Deens: oven
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     boven  
 persoonlijk     erboven  
aanwijz.   nabij     hierboven  
  veraf     daarboven  
  vragend/betrekk.     waarboven  

Bijwoord

boven

  1. bovenaan, erboven, niet beneden, niet eronder
    Hij heeft boven opnieuw behangen.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Voorzetsel

boven

  1. op een plaats hoger gelegen dan
    Het schilderij hangt boven de schoorsteen.
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • boven de stad
Vertalingen