boterham
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bo·ter·ham
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boterham | boterhammen |
| verkleinwoord | boterhammetje | boterhammetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een snee brood.
- Zij smeert pindakaas op haar boterham.
- een belegde snee brood.
- In de pauze eet hij altijd precies één boterham.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een snee brood
2. een belegde snee brood
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.