bescheiden

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schei·den
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bescheiden bescheidener bescheidenst
verbogen bescheidene bescheidenere bescheidenste

Bijvoeglijk naamwoord

bescheiden

  1. geen te hoge gedachten van zichzelf hebbend.
    Hij is een zeer bescheiden jongen, maar hij heeft veel talent.
  2. niet groots.
    Met bescheiden hulpmiddelen trok hij het oerwoud in.
  3. niet opdringerig.
    Naar mijn bescheiden mening is dat niet waar.
Persoonlijke instellingen