bescheiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bescheiden (hulp, bestand)
- IPA: /bə'sxɛi(d)ə/
Woordafbreking
- be·schei·den
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bescheiden | bescheidener | bescheidenst |
| verbogen | - | bescheidenere | bescheidenste |
Bijvoeglijk naamwoord
bescheiden
- geen te hoge verwachtingen van zichzelf hebbend
- Hij is een zeer bescheiden jongen, maar hij heeft veel talent.
- niet de indruk makend te hoge verwachtingen van zichzelf te hebben
- Hij stelde zich bescheiden op.
- niet groots of talrijk
- Met bescheiden hulpmiddelen trok hij het oerwoud in.
- niet opdringerig
- Naar mijn bescheiden mening is dat niet waar.
Afgeleide begrippen
Synoniemen
Antoniemen
- [1] arrogant, hoogmoedig, verwaand
- [2] bombastisch, groots, grotesk, overvloedig
- [3] opdringerig
Vertalingen
1, geen te hoge verwachtingen van zichzelf hebbend
2.
3.
Zelfstandig naamwoord
bescheiden mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bescheid
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bescheiden |
bescheidde |
bescheiden |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
bescheiden
- (overgankelijk) (verouderd) over iemand beslissen, iets bepalen
- Niemand weet wat God over hem bescheiden heeft.
Duits
Uitspraak
- geluid (Oostenrijk) (hulp, bestand)
- IPA: /bəˈʃai̯dən/
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| bescheiden |
bescheidener |
am bescheidensten |
| alle verbuigingsvormen | ||
Bijvoeglijk naamwoord
bescheiden
Afgeleide begrippen
Werkwoord
bescheiden
- informeren, op de hoogte brengen, op de hoogte stellen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel be- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands
- Gemengd werkwoord in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woorden in het Duits
- Bijvoeglijk naamwoord in het Duits
- Werkwoord in het Duits