bescheiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bescheiden (hulp, bestand)
- IPA: /bə'sxɛi(d)ə/
Woordafbreking
- be·schei·den
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bescheiden | bescheidener | bescheidenst |
| verbogen | bescheidene | bescheidenere | bescheidenste |
Bijvoeglijk naamwoord
bescheiden
- geen te hoge gedachten van zichzelf hebbend.
- Hij is een zeer bescheiden jongen, maar hij heeft veel talent.
- niet groots.
- Met bescheiden hulpmiddelen trok hij het oerwoud in.
- niet opdringerig.
- Naar mijn bescheiden mening is dat niet waar.