bescheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • be·scheid

Werkwoord

vervoeging van
bescheiden

bescheid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bescheiden
    Ik bescheid.
  2. gebiedende wijs van bescheiden
    Bescheid!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bescheiden
    Bescheid je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen