informeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·for·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| informeren |
informeerde |
geïnformeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
informeren
- (overgankelijk) inlichten
- Hij is daarover omstandig geïnformeerd.
- (inergatief) vragen naar inlichting
- Er is een paar maal geïnformeerd naar de voortgang van de procedure.
- (wederkerend) zich ~ zichzelf van informatie voorzien
- Hij had zich daarover niet voldoende geïnformeerd.