groots

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groots
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen groots grootser grootst
verbogen grootse grootsere grootste
partitief groots grootsers -

Bijvoeglijk naamwoord

groots

  1. verheven, groot van opzet
    Daarvoor bestaan grootse plannen.
  2. partitief van de stellende trap van groot
    Of wat daar voorbijvloog een arend was of een gier, weet ik niet, maar het was wel iets groots.
  3. partitief van de stellende trap van groots
    Daar wordt iets groots verricht.
Synoniemen
Vertalingen