scheiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
scheiden
scheidde
gescheiden
gemengd volledig

Werkwoord

scheiden

  1. (overgankelijk) in afzondering brengen
    In deze machine wordt het waardevolle erts gescheiden van de rest van het opgegraven gesteente.
  2. (overgankelijk) het samenzijn of de omgang van personen verbreken of verbroken houden
  3. (ergatief) ~ van: een huwelijksband verbreken
    Hij is al enige tijd van haar gescheiden.
  4. (onovergankelijk) uiteengaan
  5. (wederkerend) zich ~: afsplitsen


Vertalingen