baar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | baar | baren |
| verkleinwoord | baartje | baartjes |
Woordafbreking
- baar
Zelfstandig naamwoord
- een kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
- een staaf edelmetaal
- meestal in meervoud golf op zee
Synoniemen
- [1] katafalk
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| baren |
baar
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
- Ik baar.
- gebiedende wijs van baren
- Baar!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
- Baar je?
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | baar |
| verbogen | bare |
Bijvoeglijk naamwoord
baar
- In gereed geld, cash
Synoniemen
Vertalingen
1.
Sô
Hoofdtelwoord
baar