baar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord baar baren
verkleinwoord baartje baartjes
Woordafbreking
  • baar

Zelfstandig naamwoord

baar v/m

  1. een kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
  2. een staaf edelmetaal
  3. meestal in meervoud golf op zee
Synoniemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Werkwoord

vervoeging van
baren

baar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
    Ik baar.
  2. gebiedende wijs van baren
    Baar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
    Baar je?
stellend
onverbogen baar
verbogen bare

Bijvoeglijk naamwoord

baar

  1. In gereed geld, cash
Synoniemen
Vertalingen


Hoofdtelwoord

baar

  1. twee