nieuweling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nieu·we·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het woord nieuw.
enkelvoud meervoud
naamwoord nieuweling nieuwelingen
verkleinwoord nieuwelingetje nieuwelingetjes

Zelfstandig naamwoord

nieuweling m

  1. iemand die ergens nieuw is
    Hij is hier gisteren komen wonen en is een nieuweling in deze buurt.
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen