nieuweling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈniβ̞əˌlɪŋ/, /ˈniʋəˌlɪŋ/
- (Limburg): /ˈnywəˌlɪŋ/
Woordafbreking
- nieu·we·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het woord nieuw.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nieuweling | nieuwelingen |
| verkleinwoord | nieuwelingetje | nieuwelingetjes |
Zelfstandig naamwoord
nieuweling m
- iemand die ergens nieuw is
- Hij is hier gisteren komen wonen en is een nieuweling in deze buurt.