aanzetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanzetten |
zette aan |
aangezet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aanzetten
- tegen iets plaatsen
- op een kier zetten
- vastmaken
- scherpen
- aansporen, op gang zetten
- een korst afzetten
- accentueren
komen aanzetten
- komen
Vaste voorzetsels
- aanzetten tot
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
aanzetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aanzet