aanzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van zetten met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanzetten
zette aan
aangezet
zwak -t volledig

Werkwoord

aanzetten

  1. tegen iets plaatsen
  2. op een kier zetten
  3. vastmaken
  4. scherpen
  5. aansporen, op gang zetten
  6. een korst afzetten
  7. accentueren

komen aanzetten

  1. komen
Vaste voorzetsels
  • aanzetten tot
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

aanzetten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanzet