muur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • muur
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het (Vulgair)-Latijnse woord murum.
1 enkelvoud meervoud
naamwoord muur muren
verkleinwoord muurtje muurtjes

Zelfstandig naamwoord

muur m

  1. (bouwkunde) verticale vlakke constructie van steen
    Op deze oude muur is een al bijna even oude schildering te zien.
  2. kruidachtige plant uit de anjerfamilie
    Muur kun je ook door de sla doen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen