muur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- muur
Woordherkomst en -opbouw
- Komt van het (Vulgair)-Latijnse woord murum.
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | muur | muren |
| verkleinwoord | muurtje | muurtjes |
Zelfstandig naamwoord
muur m
- (bouwkunde) verticale vlakke constructie van steen
- Op deze oude muur is een al bijna even oude schildering te zien.
- kruidachtige plant uit de anjerfamilie
- Muur kun je ook door de sla doen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- castellummuur, muuranker, muurdam, muurkast, muurplaat, muurschildering, muurvast, muurverf, stadsmuur
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen
1. verticale vlakke constructie van steen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.