aanzet

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zet

Zelfstandig naamwoord

aanzet m, -ten

  1. begin
  2. aansporing
  3. plaats waar een onderdeel van een constructie begint of aansluit.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen