aanhouden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·hou·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanhouden |
hield aan |
aangehouden |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
aanhouden
- (overgankelijk) staande houden
- De hardrijder werd aangehouden en bekeurd.
- (overgankelijk) arresteren
- in beslag nemen
- (inergatief) volhouden
- (ergatief) voortduren
- (overgankelijk) niet toewijzen, niet behandelen
Synoniemen
- [1] tegenhouden
Spreekwoorden
- aanhouden op: gaan in de richting van
Vertalingen
2. arresteren
3. in beslag nemen