aanhouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van houden met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanhouden
hield aan
aangehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

aanhouden

  1. (overgankelijk) staande houden
    De hardrijder werd aangehouden en bekeurd.
  2. (overgankelijk), (juridisch) arresteren
  3. in beslag nemen
  4. (inergatief) volhouden
  5. (ergatief) voortduren
  6. (overgankelijk) niet toewijzen, niet behandelen
Synoniemen
Spreekwoorden
  • aanhouden op: gaan in de richting van
Vertalingen