postpone

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • post·pone
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord postponere (post + ponere).
  • Engels werkwoord met het voorvoegsel post-.
vervoeging
onbepaalde wijs to postpone
he/she/it postpones
verleden tijd postponed
voltooid
deelwoord
postponed
onvoltooid
deelwoord
postponing
gebiedende wijs postpone

Werkwoord

postpone

  1. (overgankelijk) aanhouden
  2. (overgankelijk) opschorten
  3. (overgankelijk) schorsen
  4. (overgankelijk) traineren
  5. (overgankelijk) uitstellen
    «We have postponed our departure until tomorrow.»
    We hebben ons vertrek uitgesteld tot morgen.
  6. (overgankelijk) verdagen
  7. (overgankelijk) verschuiven
  8. (overgankelijk) voor zich uit schuiven
Synoniemen