postpone
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Engels
Uitspraak
Woordafbreking
- post·pone
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Latijnse werkwoord postponere (post + ponere).
- Engels werkwoord met het voorvoegsel post-.
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to postpone |
| he/she/it | postpones |
| verleden tijd | postponed |
| voltooid deelwoord |
postponed |
| onvoltooid deelwoord |
postponing |
| gebiedende wijs | postpone |
Werkwoord
postpone
- (overgankelijk) aanhouden
- (overgankelijk) opschorten
- (overgankelijk) schorsen
- (overgankelijk) traineren
- (overgankelijk) uitstellen
- «We have postponed our departure until tomorrow.»
- We hebben ons vertrek uitgesteld tot morgen.
- «We have postponed our departure until tomorrow.»
- (overgankelijk) verdagen
- (overgankelijk) verschuiven
- (overgankelijk) voor zich uit schuiven