zuidelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuidelijk zuidelijker zuidelijkst
verbogen zuidelijke zuidelijkere zuidelijkste
partitief zuidelijks zuidelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

zuidelijk

  1. wat betreft het zuiden, in het zuiden gelegen
    • Bonaire is nu de zuidelijkste gemeente van Nederland. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
zuidelijken

zuidelijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuidelijken
    • Ik zuidelijk. 
  2. gebiedende wijs van zuidelijken
    • Zuidelijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuidelijken
    • Zuidelijk je?