zuidelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuidelijk zuidelijker zuidelijkst
verbogen zuidelijke zuidelijkere zuidelijkste
partitief zuidelijks zuidelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

zuidelijk

  1. wat betreft het zuiden, in het zuiden gelegen
    • Bonaire is nu de zuidelijkste gemeente van Nederland. 
     De brandweer in Frankrijk heeft zaterdag een zeer grote bosbrand in de zuidelijke streek de Cevennen onder controle gebracht. Het vuur verspreidt zich niet meer, maar beslaat nog wel een gebied van 650 hectare.[2]
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zuidelijken

zuidelijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuidelijken
    • Ik zuidelijk. 
  2. gebiedende wijs van zuidelijken
    • Zuidelijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuidelijken
    • Zuidelijk je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. zuidelijk op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 juli 2022 Weblink bron “Zeer grote bosbrand in Frankrijk onder controle, 650 hectare nog in brand” (09 juli 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be