westelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wes·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van west met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen westelijk westelijker westelijkst
verbogen westelijke westelijkere westelijkste
partitief westelijks westelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

westelijk

  1. aan de kant van het westen
Antoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
westelijken

westelijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van westelijken
    • Ik westelijk. 
  2. gebiedende wijs van westelijken
    • Westelijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van westelijken
    • Westelijk je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.