zoutvaatje
Uiterlijk
- Geluid: zoutvaatje (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzɑutfacə / (3 lettergrepen); /ˈzɑutˌvacə/
- zout·vaat·je
- afgeleid van zoutvat met het achtervoegsel -je met klinkerverlenging /ɑ/ naar /a/, op te vatten als samenstelling van zout zn en vaatje zn
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (zoutvat) | (zoutvaten) |
| verkleinwoord | zoutvaatje | zoutvaatjes |
het zoutvaatje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zoutvat
- alleen verkleinwoord (huishouden) bakje met een geperforeerde bovenkant voor het strooien en bevatten van keukenzout
- Kun je mij even het zoutvaatje aangeven?
- [2] zoutstrooier
2. tafelgereedschap dat het zout bevat en strooit
- Het woord zoutvaatje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zoutvaatje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Huishouden in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %