zouten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zou·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zouten
zoutte
gezouten
gemengd volledig

Werkwoord

zouten

  1. overgankelijk met zout conserveren
    Haring moet licht gezouten worden om een parasiet te doden.
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zouten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zout
    De zouten van natrium en kalium zijn meestal goed oplosbaar.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Meer informatie