pekelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pekelen
pekelde
gepekeld
zwak -d volledig

Werkwoord

pekelen

  1. overgankelijk blootstellen aan een sterke oplossing van zout
    • Het vlees werd gepekeld om het houdbaar te maken. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen