inzouten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·zou·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inzouten
zoutte in
ingezouten
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

inzouten [1]

  1. overgankelijk door middel van zout conserveren, in zout inleggen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen