zonnebaden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·ba·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zonnebaden
zonnebaadde
gezonnebaad
zwak -d volledig

Werkwoord

zonnebaden

  1. inergatief zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
    • Tweede kerstdag was vreemd eenzaam: ik zwom en zonnebaadde in een prachtige omgeving, maar er was bijna niemand.[1] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zonnebaden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zonnebad

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Anne Watts: Ik kies voor de mensheid: Een verpleegkundige in oorlogstijd. Waargebeurd, Houten/Antwerpen 2010 (Oorspronkelijke titel: Always the Children; vertaald uit het Engels door Titia Ram), ISBN 978-90-475-1590-6 (E-Book; geciteerd naar GoogleBooks).