Naar inhoud springen

zonnebad

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·bad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnebad zonnebaden
verkleinwoord zonnebadje zonnebadjes

Zelfstandig naamwoord

het zonnebado

  1. het doelbewust de huid aan de stralen van de zon blootstellen om bruin te worden
    • Met mate is een zonnebad een goede manier om vitamine D te vormen, maar in overmaat is er gevaar voor huidkanker. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be