zombie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zom·bie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘opgestaan lijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1954 [1]
  • Via het Amerikaans Engels vermoedelijk ontleend aan het Kikongo-woord zumbi of het Kimbundu-woord nzambi
enkelvoud meervoud
naamwoord zombie zombies
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zombie m

  1. (mythologie) een door magie uit de dood teruggebracht persoon
    • Een zombie wordt vaak verondersteld de slaaf van degene te zijn die hem uit de dood heeft terugeroepen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen