zoeterd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoe·terd
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van zoet met het achtervoegsel -erd
enkelvoud meervoud
naamwoord zoeterd zoeterds
verkleinwoord zoetertje zoetertjes

Zelfstandig naamwoord

zoeterd m [1]

  1. iemand die je heel lief vindt
  2. iemand die al te vriendelijk is
  3. braaf en gehoorzaam jong persoon
Synoniemen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[2]


Verwijzingen