troetelkind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troe·tel·kind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord troetelkind troetelkinderen
verkleinwoord troetelkindje troetelkindjes

Zelfstandig naamwoord

troetelkind o [1]

  1. buitengewoon geliefkoosd persoon
  2. (figuurlijk) gekoesterd voorwerp of idee

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen