zekerheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ker·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zekerheid zekerheden
verkleinwoord zekerheidje zekerheidjes

Zelfstandig naamwoord

zekerheid v

  1. het uitgesloten zijn van andere mogelijkheden
    Had je maar zekerheid!
  2. (juridisch) onderpand
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie