Naar inhoud springen

wende

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Wende


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wen·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wende wenden
verkleinwoord wendetje wendetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de wendev / m

  1. overgang naar een nieuwe periode
  2. (landbouw) (historisch) strook aan de korte einden van een akker die dwarsgeploegd is, nadat de ploeg daar telkens werd gekeerd
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
wenden

[A] wende

  1. aanvoegende wijs van wenden
    • Voor nadere informatie wende men zich tot een van de bestuursleden. 

Werkwoord

vervoeging van
wennen

[B] wende

  1. enkelvoud verleden tijd van wennen
    • Ik wende. 
    • Jij wende. 
    • Hij, zij, het wende. 

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen