weleens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·eens
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

weleens

  1. drukt een lage frequentie uit
    1. een enkele keer (maar vaker is niet uitgesloten)
      • Zij had als kind weleens een konijn gehad. 
      • Als je maar genoeg loten koopt, zul je weleens de hoofdprijs winnen. 
    2. minstens één keer
      • De meeste Nederlanders zijn weleens in Amsterdam geweest. 
      • Nu ik in Deventer ben, wil ik de Deventer koek weleens proberen. 
    3. meermaals, maar niet heel vaak
      • Op zondag ging hij weleens wandelen met zijn vrouw. 
      • Ik moet weleens terugdenken aan mijn schooltijd. 
      • Sneeuw komt in het Midden-Oosten weleens voor, maar dat is wel bijzonder. 
  2. als versterking
    • Kun jij op je handen lopen? Dat wil ik weleens zien. 
    • Ga je niet mee? Dat had je weleens eerder mogen zeggen. 
    • Hij kan er weleens spijt van krijgen dat hij in Amsterdam is gaan wonen. 
     Tot mijn verbazing wist ik deze zes weken durende tocht zonder noemenswaardige problemen te voltooien, waardoor ik voor het eerst echt begon te geloven dat mijn ‘American Dream’ weleens in vervulling zou kunnen gaan.[1]
Synoniemen
Opmerkingen
  • Als "eens" nadrukkelijk "één keer" of "ooit" betekent en "wel" dat in een tegenstelling versterkt, worden beide woorden met klemtoon uitgesproken en worden ze niet aan elkaar geschreven. Dat is altijd zo wanneer "eens" overeenstemming uitdrukt.[2][3]
• Floris is een echte hockeyer, hij heeft tien jaar terug wel eens een potje voetbal geprobeerd, maar dat was geen succes. 
• Hij zal er wel eens spijt van hebben dat hij in Amsterdam is gaan wonen. 
• Zij is het wel eens met dat besluit. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 30 mei 2020 Weblink bron “Weleens / wel eens” op taaladvies.net
  3. Bronlink geraadpleegd op 30 mei 2020 Weblink bron “Weleens / wel eens” (26 augustus 2019) op onzetaal.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be