soms

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soms
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: weleens’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1777 [1]

Bijwoord

soms

  1. in een beperkt aantal gevallen of tijden dus niet altijd en overal
    • Zij gaan soms naar het strand, maar meestal naar de bergen. 
     Als je het strand oploopt zie je soms vlaggen.[2]
     In een urinoir kan het ook soms moeilijk zijn om met iemand naast je te plassen.[3]
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

soms mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord som, munteenheid van Kirgizië
    • Heb jij nog enige soms over? 
Opmerkingen
  • Het meervoud van som in de betekenissen "optelling, bedrag, rekenopgave" is sommen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "soms" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink Weblink bron “Dit moet je weten over een mui, een plek die je de zee in kan sleuren”, NOS-stories
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Woordafbreking
  • soms

Bijwoord

soms

  1. soms; in een beperkt aantal gevallen of tijden


Veluws

Woordafbreking
  • soms

Bijwoord

soms

  1. soms; in een beperkt aantal gevallen of tijden