wegwuiven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·wui·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegwuiven
wuifde weg
weggewuifd
zwak -d volledig

Werkwoord

wegwuiven [1]

  1. met een handgebaar iets doen wegwaaien
  2. (figuurlijk) doen alsof er niets aan de hand is, terzijde schuiven
    • De rechtbank voelde H. op de eerste procesdag uitvoerig aan de tand. Veel van de kritische vragen wuifde H. weg - hij is zich van geen kwaad bewust en meent dat hij al die jaren slechts zijn werk heeft gedaan, op een transparante manier.[2] 
    • Hoewel ver in de minderheid, zijn er ook deelnemers die de onrust in de Turkse gemeenschap in Nederland wegwuiven. „Overdreven stemmingmakerij. Er zijn meningsverschillen, maar daar blijft het gewoon bij”, klinkt het kordaat.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 05 dec. 2017
  3. de Telegraaf 14 sep. 2016