wegspelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·spe·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegspelen
speelde weg
weggespeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

wegspelen

  1. (sport) (spel) overgankelijk in het spel verre overtreffen, van het bord of van het veld spelen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.