melancholiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·lan·cho·liek
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen melancholiek melancholieker melancholiekst
verbogen melancholieke melancholiekere melancholiekste
partitief melancholieks melancholiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

melancholiek

  1. met droevige gedachten aan de dagen van weleer
    • De eenzaamheid maakte haar melancholiek. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.