depressief

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·pres·sief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen depressief depressiever depressiefst
verbogen depressieve depressievere depressiefste
partitief depressiefs depressievers -

Bijvoeglijk naamwoord

depressief

  1. neerslachtig en lusteloos
    • Die man is erg depressief na het overlijden van zijn vrouw en kinderen. 
  2. (medisch) aan een depressie lijdend
    • Meer dan een derde promovendi UvA mogelijk klinisch depressief [1] 
    • Zodoende kwam Plinius weer uit mijn kast, een opgewekt verteld avonturenverhaal over een pinguïn die al op zijn derde depressief is. [2] 
  3. te maken hebbend met een gebied van lage luchtdruk
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.nu.nl
  2. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be