waanzin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waan·zin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waanzin -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waanzin m

  1. (medisch) het lijden aan een geestesstoornis, krankzinnigheid
  2. onzin, onmogelijk
    • De Mount Everest beklimmen zonder voorbereiding is waanzin. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen