hoogmoedswaanzin
Uiterlijk
- hoog·moeds·waan·zin
- samenstelling van hoogmoed en waanzin met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoogmoedswaanzin | - |
| verkleinwoord | - | - |
de hoogmoedswaanzin m
- (medisch) geestesziekte met dwangvoorstellingen omtrent eigen grootheid
- De laatste jaren van het regime van Ceaușescu verdacht men hem van hoogmoedswaanzin, hetgeen vooral tot uitdrukking kwam in het stadsvernieuwingsproject.
- Het woord hoogmoedswaanzin staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.