vrijwel
Uiterlijk
- vrij·wel
- samenstelling van vrij en wel
vrijwel
- zo goed als, verwaarloosbaar weinig schelend ten opzichte van iets anders
- ▸ Mijn laatste waterfles was vrijwel leeg toen ik in de verte gelukkig het meertje zag.[1]
- ▸ In Utrecht, dé fietsstad van Nederland, peddelen vrijwel alle fietsers nog rustig zonder helm door de straten. Ook ouderen, kinderen en hun ouders. Willem (63) is onderweg met een ov-fiets en denkt er "wel eens over na", maar gebruikt tot nu toe alleen een helm met mountainbiken.[2]
- Het woord vrijwel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vrijwel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron Noor de Kort“Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %